orgel.edskes.com

Sitemap

Groningen
Doopsgezinde Kerk

Oude Boteringestraat 33


Het orgel van de Doopsgezinde Kerk kwam in 1961 gereed. Bouwer was de firma Marcussen & Søn te Aabenraa in Denemarken. Dit nieuwe instrument verving een orgel, dat in 1816 na de voltooiing van de huidige kerk was gebouwd door de Groninger orgelmaker Johan Wilhelm Timpe. Het instrument had 16 stemmen verdeeld over Hoofdwerk en Bovenwerk. De orgelmaker P. van Oeckelen, die hier vele jaren organist was, vergrootte het orgel met een klein vrij pedaal. Het orgel was in een aanbouw aan de oostzijde van de kerk ondergebracht.


In 1928 moderniseerde de Firma Spiering uit Dordrecht het instrument ingrijpend. Van het Timpe-orgel bleven het front met frontpijpen en enige oude registers behouden. De op de 3 torens geplaatste beelden werden weggenomen. Het orgel kreeg kegelladen met een pneumatische tractuur.


In 1941 verving dezelfde firma de pneumatische tractuur door een elektro-pneumatische met een verplaatsbare speeltafel op de zogenaamde wezengalerij aan de westzijde van de kerk. Bij deze verbouwing sneuvelden nog enige oude registers. De firma Spiering gebruikte hierbij een speeltafel met bijbehorende onderdelen van een orgel uit een bij het bombardement van Rotterdam in 1940 verwoeste bioscoop.

In het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw was de toestand van het orgel dermate verslechterd, dat het buitengebruik moest worden gesteld. Het orgel was een toonbeeld van de algehele malaise waarin de orgelbouw was geraakt.

Deze malaise had de orgelbouw via een industrialisatieproces volledig in haar greep gekregen. Al in het begin van de twintigste eeuw ontstond hiertegen protest. Na de eerste wereldoorlog werd dit protest in Duitsland gekanaliseerd door de zogenaamde “Orgelbewegung”. Aan de hand van bewaard gebleven oude instrumenten kwam er een herbezinning. Toch bleef men de klankschoonheid van de oude orgels als een vrijwel onbereikbaar ideaal zien. Hoewel in Duitsland veel over dit onderwerp werd getheoretiseerd, bleef de vernieuwing op een enkele uitzondering na steken in een aantal uiterlijkheden als betere opstellingen en disposities al of niet gecombineerd met mechanische tractuur. Door de opkomst van het Derde Rijk gevolgd door de tweede wereldoorlog kwam de juist begonnen herleving vrijwel tot stilstand.


In Denemarken bleek het mogelijk om de nieuw ingeslagen koers voort te zetten. Het was vooral de firma Marcussen & Søn te Aabenraa onder leiding van haar directeur Sybrand Zachariassen die hier het voortouw nam. Al begin 1931 bouwde deze firma haar eerste grote mechanische sleepladeorgel met een op de barok geïnspireerde dispositie van 44 stemmen, later gevolgd door vele andere.

Na wereldoorlog II maakte het in Denemarken ontwikkelde orgeltype snel furore. Mede door de vele grammofoonplaten ingespeeld door bekende Europese en Amerikaanse organisten werd de Deense orgelbouw leidinggevend. De firma Marcussen & Søn boekte in het begin van de jaren vijftig haar eerste opdrachten in Nederland. Door de lange levertijden van meer dan vijf jaar duurde het lang voordat de betreffende orgels arriveerden.

Het eerste grote orgel was dat van de Nicolaïkerk te Utrecht gebouwd in de jaren 1956-1957. In 1953 had de firma al een kleiner instrument voor de studio van de NCRV te Hilversum geleverd. In aansluiting hierop volgden al snel nieuwe opdrachten waaronder die voor een orgel in de Doopsgezinde Kerk. De reeks culmineerde in enige spectaculaire orders als de restauratie van het beroemde orgel van de St. Bavokerk te Haarlem en het nieuwe hoofdorgel van de Grote- of St. Laurenskerk te Rotterdam, één van de grootste orgels in ons land.

De Marcussenorgels kregen al gauw het stempel opgedrukt neo-barokke instrumenten te zijn. Dit is niet in overeenstemming met de realiteit. Hoewel geïnspireerd door de barok zijn er toch saillante verschillen. Dit begint al bij de vormgeving. Deze is veelal gebaseerd op het toen veel geprezen “Danish design”. Maar ook in klank en in technisch opzicht zijn er opvallende afwijkingen. De Marcussenorgels vallen op door hun hoog ambachtelijk niveau, het gebruik van hoogwaardig materiaal en een geheel eigen klankgeving.


Groningen, 5 juni 2006
Cor Edskes



Dispositie van het Marcussenorgel

HOOFDWERK (C - F ’’’)         RUGWERK (C - F ’’’)         BORSTWERK (C - F ’’’)
PRINCIPAL8’PRINCIPAL4’GEDAKT8’
RØRFLØJTE8’RØRGEDAKT8’RØRFLØJTE4’
OKTAV4’GEDAKTFLØJTE4’PRINCIPAL2’
OKTAV2’GEMSHORN2’OKTAV1’
MIXTUR4-5 KORQUINT1 1/3’REGAL16’
TROMPET8’SCHARF2-3 KOR
SESQUIALTERA (vanaf g)2 KORNEVENREGISTERS
PEDAAL (C - F ’)KRUMHORN8’TREMULANT R
SUBBAS16’TREMULANT B
OKTAV8’H + R
NATHORN4’H + B
FAGOT16’P + H
SKALMEJE4’P + R
P + B



Marcussenorgel 1961


Vorige Doopsgezinde Kerk Groningen Marcussenorgel 1961 Front

Doopsgezinde Kerk Groningen Marcussenorgel 1961 Front

Doopsgezinde Kerk Groningen Marcussenorgel 1961 Speeltafel
Speeltafel

Doopsgezinde Kerk Groningen Marcussenorgel 1961 Manualen
Manualen

Doopsgezinde Kerk Groningen Marcussenorgel 1961 Pijpwerk Borstwerk
Pijpwerk Borstwerk

Volgende Doopsgezinde Kerk Groningen Marcussenorgel 1961 Regal 16’ Borstwerk
Regal 16’ Borstwerk

Foto’s: Elly Kooiman




Johann Wilhelm Timpe (1770-1837) Orgelfront 1816


Vorige Doopsgezinde Kerk Groningen Timpe Orgel 1816

Volgende Doopsgezinde Kerk Groningen Timpe Orgel 1816

Foto’s: onbekend




Schnitger & Freitag 1785

Gegevens uit: Nicolaas Arnoldi Knock, Dispositiën der merkwaardigste Kerk-orgelen, Groningen 1788
Het Orgel alhier in de MENNONITE KERK, in de Botteringe Straat, met 1 Hand-Clavier en een aangehangen Pedaal, heeft 8 volle stemmen.

Praestant4 v.Octaaf2 v.
Bourdon8 v.Dulciaan8 v.
Quintadeen8 v.Nassat3 v.
Fluit4 v.Sexquialter2,3 st.

Tremulant, Ventyl, 2 Blaasbalgen


Vervaardigd door de Orgelmakers Snitger en Vrytag in ’t jaar 1785.


Vorige Doopsgezinde Kerk Groningen Orgelbijbel
Bijbel om op het orgel te worden gebruikt

Volgende Doopsgezinde Kerk Groningen Orgelbijbel

Foto’s: Elly Kooiman



Programma 27 september 2008 (verplaatst)
Programma 31 mei 2008
Programma 29 september 2007
Programma 2 juni 2007
Programma 30 september 2006